James had een pot omver gegooid. De scherven lagen door heel de woonkamer. Er moest een nieuwe komen. Ik had voor het tuincentrum om de hoek kunnen kiezen, maar ik koos voor IKEA.
Een paar dagen eerder was ik lid geworden van IKEA FAMILY. De oranje clubpas brandde in mijn portemonnee. Ik keek reikhalzend uit naar het moment dat ik bij de restaurantkassa trots kon aantonen dat ik bij de happy family hoorde. Triest? Je bent pas een loser als je bij IKEA moet betálen voor je koffie.
James, net drie jaar, ging met me mee. Hij was eindelijk groot genoeg voor het kinderspeelparadijs, dus ik besloot er een uitje van te maken. Met grote passen liep hij het woonwarenhuis in. Bij de ingang van het speelland pakte hij mijn hand stevig vast. Dit was toch wel erg spannend voor een mannetje van 1 meter lang.
Bij de ingang van Småland viel mijn IKEA FAMILY-droom in duigen.
En toen, daar bij de ingang van Småland, viel mijn IKEA FAMILY-droom in duigen. “De regels zijn dat u uw kind hier achterlaat en zelf gaat winkelen.” Ik mocht niet mee naar binnen. Even dacht ik dat het een grapje was. We konden toch wel even samen de speeltuin verkennen? Ik ken maar weinig driejarigen die het leuk vinden om – hupsakee – op een onbekende plek, bij onbekende mensen achtergelaten te worden… De mevrouw in het gele poloshirt meende het echter serieus.
Toen ik dat doorhad, kreeg ik vreselijk veel zin om te gaan schreeuwen. Voor James hield ik me in. Ik griste een bestelformulier uit het rek en schreef op de achterkant mijn woede van me. Zonder enkel spoor van medeleven pakte de IKEA-mevrouw het velletje van me aan en beloofde het aan haar leidinggevende te geven.
Een maand later heb ik nog steeds geen reactie op mijn klachtenbrief gekregen. ‘Ons assortiment is kindvriendelijk en gericht op het hele gezin, van jong tot oud’, lees ik in de bedrijfsvisie van het Zweedse woonwarenhuis. Schei toch uit. Alleen voor gezinnen met lefkinderen, zullen ze bedoelen.
Categorie: ikea
