We rijden door de Raadhuislaan en naderen het schuurtje waar mijn vader ter wereld kwam. Jaren vijftig; de woningnood was groot. ‘Hier is de stee* van Jaap van der Erve.’ Ik mompel iets over of we het terrein wel op mogen. Maar mijn gewoonlijk zo afwachtende oma, stapt kordaat het erf op.
Het schuurtje is nauwelijks veranderd. Ze wijst naar het raampje dat ze plaatsten voor meer daglicht. De lindeboom bloeit net zo mooi als toen. Mijn opa deed zijn melkwijk. Zij hielp op de boerderij met het huishouden. Ze genoot van het peuterzoontje dat op het erf rondbanjerde. Als ze in de weekenden pannenkoeken bakte, stond de deur van het schuurtje open en kwam het ventje smakkend op de geur af. Natuurlijk at hij een pannenkoek mee.
Als het aan haar had gelegen, waren ze hier niet weggegaan. Maar opa wilde naar de toekomst kijken. Hij kreeg de kans om een supermarkt in Den Haag over te nemen. Dus verlieten ze de Hoeksche Waard. Mijn vader was slechts een paar weken oud.
Terug naar nu. We onderbreken de toer vol herinneringen voor een lunch aan de Oude Maas. Op de kaart staan garnalenkroketten en triangels belegd met geitenkaas en parmaham. Oma wil gewoon een broodje kaas. Ik vertel over onze plannen voor een vakantie naar Thailand. Ze probeert zich er iets bij voor te stellen. De kloof is te groot.
*Oet Wikipedie, de vraaie enzyklopedie
Een stee kan verwiezen naor:
- De Grunningse naam veur een boerderieje
- Een aandere naam veur een plekke (of oek wel plaotse eneumd).
