‘Met zo’n streep mama.’ ‘Néé, die zijn stom!’ ‘Kijk, die witte met die dikke zool met lucht.’ Nog geen vier jaar was hij. Toen al wist hij precies welke sportschoenen hij moest dragen om een beetje cool te verschijnen op zijn officiële eerste schooldag. Tijdens de eerste wenochtend in kleuterklas De Vlinders was hij in de kring naast Max gaan zitten: een jongen van bijna zes, kort stekeltjeshaar, niet op zijn mondje gevallen. Zo wilde hij ook zijn.
Sinds die dag hebben commercie, andere kinderen en de grote buitenwereld minstens zo veel invloed op mijn zoon als ik. ‘Waarom hebben wij geen iPad?’ ‘Ik wil niet meer slapen met mijn knuffeldoekje, dat is voor baby’s!’ ‘Chris mag ook naar dat televisieprogramma kijken en hij gaat er echt niet eng van dromen. Dus…’
Over een week wordt hij vijf. Nog steeds zuigt hij alles op wat er enigszins stoer uitziet. Tijdens het buitenspelen gluurt hij naar de grote jongens. Hij doet mee met de dansers van Michael Jackson en speelt luchtgitaar op de muziek van de Red Hot Chili Peppers of Deftones – en dan mag ik vooral níet kijken. Een paar dagen geleden had hij zich samen met zijn broertje en vriendje verkleed. Als rapper. Drie jongetjes met petjes schuin op hun hoofd, zonnebrillen op en de glimmende medailles van de kleutervierdaagse om hun nek. ‘Mama, foto!’
De tussenstand na het eerste schooljaar: hij heeft nog steeds geen stekeltjes. Die strijd win ik tot nu toe nog. En stiekem vindt hij zijn lange haar toch wel gaaf. De Nike Airs kreeg hij wel, maar waren na een paar keer voetballen al kapot. Rotdingen, dat zag hij gelukkig zelf ook in. En het knuffeldoekje? Dat is omgeruild: voor een stoere tijger. Al vroeg hij me vanavond wel of ik zijn doekje toch niet écht had weggegooid.